Home / Lutherencyclopedie / Astrologie en astronomie

Astrologie en astronomie

In de zestiende eeuw speelde de sterrenhemel een belangrijke rol: niet alleen om aan de hand van de sterren de weg te kunnen vinden, maar ook omdat men in de regelmatige banen van de hemellichamen een ‘hogere sfeer’ zag, die tot op zekere hoogte bepalend was voor het aardse leven. Astronomen brachten de hemel in kaart, astrologen probeerden verbanden te leggen tussen de sterren en aardse ontwikkelingen. Luther geloofde niet dat de aarde om de zon draaide, zoals Nicolaus Copernicus (1473-1543) stelde. Van de astrologie moest hij net als veel van zijn geleerde tijdgenoten weinig hebben. Zijn collega Melanchton stond er meer open voor en zorgde er voor dat in beide vakken aan de universiteit van Wittenberg onderwijs werd gegeven.