Home / Lutherencyclopedie / Aanvechting

Aanvechting

‘Aanvechting’ staat voor Luther gelijk aan ‘verzoeking’ (Latijn: temptatio / tentatio). Ze komen op de christen af vanuit de wereld, de duivel en het eigen vlees, maar soms geeft ook God zelf aanvechtingen, door zich verborgen te houden. Ze horen bij de realiteit van het christelijke leven: zozeer, dat het schijnbaar uitblijven van aanvechting de grootste aanvechting is (nulla tentatio omnis tentatio).

Samen met het gebed (oratio) en de meditatie (meditatio) maakt de aanvechting tot een waar theoloog. Het is de weg waarlangs de waarheid van het evangelie in het hart wordt geschreven. De Anfechtung lehrt aufs Wort merken, zoals Luther Jesaja 28:19 vertaalde.

Luther heeft zelf veel onder aanvechtingen te lijden gehad; niet alleen als hij zich afvroeg of hij het tegenover de eeuwenlange traditie van de Rooms-Katholieke Kerk uiteindelijk toch niet verkeerd had, maar ook wanneer hij Gods toorn ervoer.